
Sinds 1901 streeft Indian Motorcycle één standaard na die we kennen: die van onszelf.
In 125 jaar hebben we races gewonnen, records gevestigd en talloze trofeeën binnengehaald, maar we blijven hongerig. Want we blijven altijd streven naar beter bouwen en verder rijden. We zijn trots op waar we vandaan komen, maar nog enthousiaster over de weg die voor ons ligt.


In 1901 startten oprichters George M. Hendee en Oscar Hedstrom de eerste fabriek in het centrum van Springfield, Massachusetts, VS. Maar Hedstrom bouwde niet alleen motoren: hij testte ook hun grenzen. In 1903 haalde hij 56 mijl per uur tijdens een rit van New York City naar Springfield en terug, een record voor die tijd. Rond 1923 veranderde The Hendee Manufacturing Company in The Indian Motorcycle Company. Zelfde doorzettingsvermogen. Nieuwe naam


Indian Motorcycle is altijd als eerste over de finishlijn gegaan.
In 1909 wonnen we de allereerste motorwedstrijd op de Indianapolis Motor Speedway. In 1937 behaalde Ed Kretz de eerste Daytona 200 op een Indian Sport Scout. De originele Wrecking Crew domineerde het racecircuit na de oorlog. Die traditie zetten we voort met Flat Tracking Racing in de jaren na 2010. De rijders van vandaag doen hetzelfde bij de Bagger Racing League Europe en de MotoAmerica King of The Baggers-serie. Verschillende tijdperken. Zelfde resultaat.

We bouwden onze eerste V-twin fabriekstrijder in 1906 en waren de eerste Amerikaanse fabrikant die er in 1907 een productiemodel van uitbracht. In 1913 rolden we de eerste productiemotorfiets uit met volledige voor- en achtervering. Een jaar later voegden we een elektrische starter en geïntegreerde elektrische verlichting toe, terwijl de meeste motoren nog met een kickstart moesten worden gestart. Spring vooruit naar 2019: de vloeistofgekoelde PowerPlus-motor in de Indian Challenger zette opnieuw de standaard voor Amerikaanse V-twin baggers. Vanaf het begin hebben we altijd de grenzen opgezocht.

Het Amerikaanse leger begon in 1913 Indian Motorcycles te gebruiken. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, schakelden we het merendeel van de productie over naar de oorlogsinspanning en bouwden we tussen 1917 en 1919 bijna 50.000 motoren. Twee decennia later deden we hetzelfde voor de Tweede Wereldoorlog. Van 1940 tot 1945 ging vrijwel alles wat we produceerden naar de geallieerden. Meer dan 35.000 motoren en onderdelen ter waarde van 24 miljoen dollar gingen naar troepen in het buitenland.

